Samojeed

Gewicht

15 – 30 kilo

Hoogte

48 – 60 cm

Leeftijd

12 – 14 jaar

FCI Rasgroep 5

Spitsen en oertypen

Gewicht

15 – 30 kilo

Schofthoogte

Hoogte

48 – 60 cm

Leeftijd

12 – 14 jaar

Karakter

De samojeed is een vriendelijk hond met een levendig karakter. Hij wordt vaak omschreven als de hond die altijd lacht. Het ras staat erom bekend erg aanhankelijk te zijn. De samojeed is graag continu bij zijn baas in de buurt. Deze hond zit dan ook niet graag hele dagen alleen thuis. Met kinderen kan de samojeed uitstekend overweg. Andere huisdieren zijn in principe ook geen probleem. Tegenover vreemden is hij in eerste instantie een beetje terughoudend.

De samojeed is behoorlijk eigenzinnig. Hij handelt graag zelfstandig en voelt niet per se te behoefte om gehoorzaam te zijn aan zijn baas. Een consequente opvoeding past het best bij deze hond. Een harde aanpak heeft echter een averechts effect. Leg tijdens het trainen de nadruk op wat hij wél goed doet en wissel de oefeningen af. Wil je met de hond los van de lijn lopen, dan moet dit ook goed worden getraind. Door het jachtinstinct van de samojeed wil hij namelijk wel eens achter een kat aanschieten.

Met de samojeed haal je een actieve hond in huis. Hij heeft veel energie en vindt het heerlijk om lange wandelingen te maken of een hondensport te beoefenen. Als hij voldoende beweging en mentale stimulatie krijgt, is de samojeed binnenshuis een rustige hond. Deze viervoeter is behoorlijk vocaal. Hij heeft een kenmerkende hoge blaf en kan goed huilen. Ook praat hij graag met de baas.

Geschiedenis

De samojeed komt oorspronkelijk uit Siberië. De hond leidde een nomadisch bestaan met het Samojedenvolk. De samojeed had meerdere taken. Hij hoedde de kudde rendieren, trok bootjes naar de rivier, hielp mee bij de jacht en hield de kinderen ‘s nachts warm. De samojeed werd gezien als onderdeel van de stam en werd goed behandeld. Er werd dan ook van de samojeed verwacht dat hij sociaal was en een vriendelijk karakter had.

Hoewel de samojeed als sledehond wordt gezien, is er geen bewijs dat het Samojedenvolk de hond voor de slee spande. Het was namelijk de taak van de rendieren om zware spullen te sjouwen. Pas in de negentiende eeuw kwam het trekken van sleeën op de takenlijst van de samojeed. Ontdekkingsreizigers gebruikten de honden namelijk voor lange poolexpedities.

Dankzij verschillende reizigers belandde deze poolhond in Engeland. Daar werd het ras verder gefokt en in 1905 werd de samojeed als hondenras erkend. Door de jaren heen is er een showtype ontstaan die lager op de benen staat, een langere vacht heeft en minder wolfachtig is. Om het oude type niet verloren te laten gaan, fokken sommige Nederlandse fokkers alleen nog met werktypes.

Verzorging en gezondheid

De samojeed verhaart redelijk veel. Controleer de lange vacht dagelijks op klitten en verwijder de klitten met de hand of een metalen kam. Borstelen mag, maar doe het niet te vaak. Dit is nadelig voor de kwaliteit van de vacht. Tijdens de ruiperiode, wanneer de hond nóg meer verhaart, doe je er goed aan om hem naar de trimsalon te brengen of zelf met een vachtblazer aan de slag te gaan. Houd de oren, ogen en het gebit goed schoon om ontstekingen te voorkomen.

Het ras kent een aantal erfelijke aandoeningen, waaronder heupdysplasie en verschillende oogaandoeningen. Ook kan de samojeed gevoelig zijn voor narcose. Bespreek dit met de dierenarts voorafgaand aan een verdoving. Vraag bij aanschaf van een pup altijd aan de fokker of de ouderdieren zijn getest en vrij zijn bevonden van aandoeningen die erfelijk kunnen zijn.

Beeld: Pixabay / Adobe Stock
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top