Appenzeller sennenhond

Gewicht

22 – 32 kilo

Hoogte

48 – 56 cm

Leeftijd

12 – 14 jaar

FCI Rasgroep 2

Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden

Gewicht

22 – 32 kilo

Schofthoogte

Hoogte

48 – 56 cm

Leeftijd

12 – 14 jaar

Karakter

De Appenzeller sennenhond is een zelfstandige hond met een vrolijk karakter. Het ras staat erom bekend erg aanhankelijk te zijn en wordt graag betrokken bij de dagelijkse bezigheden van het gezin. Hij kan goed overweg met kinderen, maar kan te onstuimig zijn voor hele jonge kinderen.

De Appenzeller sennenhond is waaks en zal zijn gezin en terrein altijd beschermen tegen indringers. Hij is dan ook vrij wantrouwend naar vreemden en laat al snel zijn luide blaf horen. Een goede socialisatie kan deze terughoudendheid verminderen. Aangezien een volwassen Appenzeller vrij sterk is, is het verstandig om op jonge leeftijd veel gehoorzaamheidsoefeningen met hem te doen. Van een Appenzeller die aan de lijn trekt, word je namelijk niet blij.

Met de Appenzeller sennenhond haal je een actieve hond in huis. Hij vindt het heerlijk om te werken en houdt van rennen en springen. Het is dan ook aan te raden om een hondensport met hem te beoefenen, zoals bijvoorbeeld agility of dogfrisbee. Deze hond heeft dagelijks veel fysieke en mentale uitdaging nodig en neemt geen genoegen met enkel een blokje om.

Geschiedenis

De Appenzeller is een van de vier Zwitserse sennenhonden. De andere drie zijn de Berner sennenhond, de grote Zwitserse sennenhond en de Entlebucher sennenhond. Vooral met laatstgenoemde toont de Appenzeller veel uiterlijke overeenkomsten. Men vermoedt dat alle sennenhonden min of meer dezelfde voorouders hebben, zoals waarschijnlijk de Tibetaanse mastiff en Romeinse molossers. De sennenhonden hebben zich vervolgens onafhankelijk van elkaar verder ontwikkeld in diverse regio’s van Zwitserland. De Appenzeller sennenhond kwam vooral voor in het Zwitserse kanton Appenzell, wat ook direct de naam van het ras verklaart.

Zwitserse boeren zetten de Appenzeller sennenhond in als veedrijver en herdershond, maar zijn voornaamste taak was het bewaken van de boerderij. In 1853 werd de Appenzeller voor het eerst omschreven in het boek ‘Tierleben der Alpenwelt’. Een halve eeuw later werd de eerste club voor het ras opgericht. Je zult de Appenzeller sennenhond zelden in een park tegenkomen. Het ras is een stuk minder populair dan de andere Zwitserse sennenhonden.

Verzorging en gezondheid

De vachtverzorging van een Appenzeller is relatief eenvoudig. Een borstelbeurt op zijn tijd is voldoende om de losse haren te verwijderen. Houd de oren, ogen en het gebit goed schoon om ontstekingen te voorkomen.

Het ras kent een aantal erfelijke aandoeningen, waaronder heupdysplasie en patella luxatie (een losse knieschijf). Vraag bij de aanschaf van een pup altijd aan de fokker of de ouderdieren zijn getest en vrij zijn bevonden van aandoeningen die erfelijk kunnen zijn.

Beeld: Adobe Stock
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top